Introductie
Verzet tegen slavernij
Slavernij bestaat sinds de oudheid in allerlei culturen. Vanaf de 15de eeuw gaan Europeanen in Afrika mensen kopen voor hun plantages in Noord-, Zuid- en Midden-Amerika. Deze mensen worden over de oceanen vervoerd, verkocht, gebrandmerkt, gedwongen tewerkgesteld en vaak bruut mishandeld. Bij deze trans-Atlantische slavenhandel – die zo’n 350 jaar duurt – worden naar schatting twaalf miljoen mensen als goederen verhandeld.
Nederlanders doen er vanaf eind 16de eeuw volop aan mee, al is slavernij in Nederland zelf verboden. Onder Nederlandse vlag zijn meer dan 600.000 Afrikanen over de Atlantische Oceaan verscheept, naar de koloniën in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. In Azië verhandelt Nederland tussen de 660.000 en 1,1 miljoen mensen om forten te bouwen of te werken in de huishouding of op plantages.
Er is altijd verzet geweest tegen slavernij. In de eerste plaats door tot slaaf gemaakte mensen zelf: ze saboteren, vertragen of weigeren werkzaamheden, vluchten en komen samen in opstand.
In Nederland wordt lange tijd weinig gesproken en geschreven over slavernij in de koloniën. Maar er is nu en dan publiekelijke kritiek in preken, boeken en toneelstukken. Enkele grote slavenopstanden dringen door tot Nederland en beïnvloeden de publieke opinie. Vanaf de 19de eeuw ontstaan in Nederland anti-slavernijbewegingen, waarin ook veel vrouwen en jongeren actief zijn.
Verzet tegen slavernij was overal, ook in de koloniën in Azië. Dit dossier gaat over verzet tegen trans-Atlantische slavernij. Hoe kwamen tot slaaf gemaakte mensen in opstand en wie streden in Nederland voor afschaffing van de slavernij?