De Amerikaanse president F.D. Roosevelt biedt op 1 september 1941 koningin Wilhelmina per brief aan om drieduizend Amerikaanse militairen naar Suriname te sturen.
Amerikanen onder Nederlands opperbevel
De Nederlandse regering in ballingschap wil niet helemaal afhankelijk zijn van de geallieerden. Ze stelt daarom heldere voorwaarden: de Amerikaanse troepen moeten onder Nederlands opperbevel staan.
Er worden ook 156 soldaten van het in Engeland en Canada gevormde Nederlandse leger, de Prinses Irene Brigade, naar Suriname gezonden.
‘Ik was op oefening in Engeland toen het bericht kwam dat er
vrijwilligers werden gezocht ter versterking van de defensie in Suriname. Binnen
24 uur zaten we op een schip naar de West. We waren zwaar bewapend, met
tommyguns, handgranaten en moderne geweren. De ontvangst aan de kade van
Paramaribo was overweldigend.’
Anton van den Hoek, Prinses Irene Brigade
‘We gingen als bewaking mee op de bauxietboten die van en naar de
bauxietmijn Moengo gingen, om sabotage tegen te gaan. Als één boot zou zinken,
zou de rivier verder onbruikbaar zijn. De tocht duurde ongeveer twaalf uur.’
Dik Dikkers, Prinses Irene Brigade