Over veel mensen en gebeurtenissen zijn rijmpjes en spottende liedjes gemaakt.
Een paar voorbeelden.
Seyss-Inquart
De nieuw baas in Nederland was een nazi uit Oostenrijk. Natuurlijk waren de Nederlanders niet dol op hem en dat lieten ze merken. Zo werd zijn naam verbasterd en hij werd bespot omdat hij mank liep. Zie ook bij uitvindingen.
Zes en een kwart, jij met je manke benen,
Zes en een kwart, hoepel jij maar op naar Wenen.
Hier is geen eten meer, alles is gejat.
Keer naar je heimat weer, zes en een kwart.
Zie ook het briefje met het gedichtje hieronder.
Bij straatgevechten tussen (joodse) Amsterdammers en NSB'ers komt de NSB'er Koot om het leven. De NSB is zo gehaat dat er een spottende liedje over wordt gemaakt.
Hier ligt Koot,
hij is dood,
stop 'm in een kissie.
Doe er dan wat water
bij dan zwemt ie als een vissie.
Zie ook het onderdeel over de Februaristaking (het 'stop'-handje). Die staking heeft van alles te maken met de dood van Koot.
Als kind zongen we liedjes
Een meneer uit Heemstede heeft het Verzetsmuseum een aantal liedjes gestuurd die hij als kind vaak zong. Hij was 9 jaar aan het begin van de oorlog.
| Collage met Mussert (leider NSB) en Volk en Vaderland verkoper. Op de achtergrond zie je ook OZO staan. 'Rasplebeër' betekent zoiets als 'boerenlul'. Klik voor vergroting. |
Op de wijs van 'Oranje boven':
Kleurtje boven, kleurtje boven,
leve je weet wel wie.
Weg met - ik mag niet zeggen
leve je weet wel wie.
Kleurtje boven, kleurtje boven,
leve je weet wel wie.