• Museum
  • Tweede Wereldoorlog
  • Kinderen
kinderen

 Drie meiden in actie

In de verzetsgroep werken de meiden heel goed samen.

Commandant
De commandant van de verzetsgroep, Frans van der Wiel, geeft opdrachten. De stoere Truus krijgt meestal de leiding.

Verzetswerk
De meiden trekken er op hun fiets dag en nacht op uit. Ze hebben altijd een pistool bij zich. Ze verspreiden verzetskranten, brengen joodse kinderen naar onderduikadressen, vervoeren wapens en blazen bruggen op.
Truus: ‘Van je pistool – zo voelden we ‘t – hing je leven af. Zonder dat ding voelde je je niet veilig op straat.

Steeds harder
Als jonge vrouwen kunnen ze makkelijk aanpappen met Duitsers. Ze doen dat om inlichtingen te verzamelen over bunkers en mijnenvelden. De acties waar de drie meiden aan meedoen worden steeds harder. Ze krijgen het er steeds moeilijker mee.

Freddie repareert lekke band.
Onschuldig, bang en niets te verliezen
Truus: ‘Als jonge, op het oog onschuldige, meisjes waren we uitermate geschikt voor het verzet. We waren niet getrouwd en hadden geen kinderen. Wij hadden niets te verliezen, alleen ons eigen leven. We waren vaak bang, maar vonden het werk noodzakelijk.

Op de fiets
Freddie: ‘We gingen altijd op de fiets, nooit lopen, dat was te gevaarlijk. Ik lette altijd op of de kust veilig was. Dat werkte heel erg goed. We hadden ook wel eens een lekke band. Die moest je dan zelf plakken.’

Truus links en Hannie rechts. Klik voor vergroting.
Als man en vrouw vermomd
Truus heeft samen met Hannie een aantal aanslagen gepleegd. Bij deze acties vermomt Truus zich vaak als man, zodat ze zich kunnen voordoen als een verliefd stelletje en niemand iets in de gaten heeft.

Vintrine met pistool van Hannie. Klik op de foto voor een vergroting.